
Het correct voorverhitten van Low-E-glas (wanneer het om grote hoeveelheden glas gaat)
Als je werkt met grootschalig Low-E-glas, weet je hoe moeilijk het kan zijn. De warmte moet namelijk perfect gelijkmatig over het hele oppervlak van het glas worden verdeeld. Maar zodra het glas een lengte van 3 meter bereikt, werken de standaardlampen die je in de winkel kunt kopen niet meer goed. Er ontstaan koude plekken en vreemde thermische verschillen, waardoor de kwaliteit van het glas verslechtert.
Daarom bouwen we maatwerk-infraroodapparaten. Hierdoor verdwijnen alle openingen tussen de lampen, zodat de droogtunnel echt zijn functie kan uitvoeren.
De problemen met lange buizen
Je kunt geen stuk kwarts zomaar uitrekken en denken dat het voldoende is. Wanneer een buis zo lang wordt, begint deze te buigen. De spanning in de filamenten wordt onstabiel. Dat leidt tot problemen.
Om dit op te lossen, letten we zeer goed op de dichtheid van het wikken van de filaments en gebruiken we versterkt kwarts. We besteden ook veel tijd aan het aanpassen van de spanning en stroomsterkte. Waarom? Omdat anders de uiteinden van de buis sneller kapotgaan dan het midden. Niemand wil elke twee weken nieuwe lampen moeten vervangen.
Alle details rondom de warmtestraling
Voor het verwerken van Low-E-glas is de golflengte cruciaal. We gebruiken hoogzuiver kwarts, omdat dit de infra-roodstraling doorlaat zonder deze tegen te houden.
Afhankelijk van de snelheid waarmee de tunnel zich beweegt, kunnen we speciale coatings toevoegen om het stralingspatroon te aanpassen. Dit zorgt ervoor dat het glas op de juiste manier wordt verhit, zonder dat de randen overdreven heet worden.
En nog een belangrijk punt: de installatie moet perfect zijn. We gebruiken sterke verbindingen, want deze 3-meter lange buizen zetten uit wanneer ze heet worden. Als de bevestigingspunten zelfs maar één millimeter scheef staan, zal de buis onder druk komen te staan en uiteindelijk breken.
De compromissen
Eerlijk gezegd is het gebruik van een 3-meter lange buis erg handig, omdat je dan geen last meer hebt van die vervelende ‘koude strepen’ die ontstaan door openingen tussen de lampen. Het glas wordt dan consistent verhit.
Maar er is wel een nadeel: als één klein deel van de buis kapotgaat, moet je de hele buis vervangen. Je kunt geen klein stukje van de buis repareren. Bovendien moet je goed opletten op de stroomvoorziening. Als er een spanningverschil is over zo’n lange buis, wordt het uiteinde van de buis minder heet dan het beginpunt. Het is een kwestie van balans, maar eenmaal goed ingesteld, werkt het prima.